Bij het leren van Poolse werkwoorden hoef je niet meteen alle vormen uit je hoofd te leren. Het is voldoende om de persoonsuitgangen te kennen en voor elk werkwoord de 1e en 2e persoon enkelvoud te leren. Op deze manier ken je de twee "stamvormen" al en kun je de overige vormen gemakkelijker maken.
Persoonsuitgangen
| Persoon | Uitgang |
|---|---|
| ja | -ę / -m |
| ty | -sz |
| on / ona / ono | Nuluitgang |
| my | -my |
| wy | -cie |
| oni / one | -ą / (ją --> in de -m/-sz vervoeging) |
Voorbeeld
móc (kunnen)
| Persoon | Vorm |
|---|---|
| ja | mog-ę |
| ty | może-sz |
| on / ona / ono | moż-e |
| my | może-my |
| wy | może-cie |
| oni / one | mog-ą |
Belangrijke opmerking
In de vervoegingen:
- -ę, -(i)sz
- -ę, -(y)sz
- -ę, -(e)sz
kan in de 3e persoon meervoud ook een "j" verschijnen, bijv. bij:
- pić → oni piją
- studiować → oni studiują
Deze "j" behoort echter tot de stam en niet tot de persoonsuitgang.
Waarom is het de moeite waard om deze vormen eerst te leren?
Wie de vormen "ja" en "ty" beheerst, herkent vaak de stam van het werkwoord al en kan de hele vervoeging veel gemakkelijker vormen.
Vervoegingsschema's
Hier zijn enkele visuele schema's die de vervoegingen nog eens illustreren:

Samenvatting
Bij het leren van Poolse werkwoorden hoef je niet alle vormen tegelijkertijd te leren. Als je de persoonsuitgangen kent en voor elk werkwoord eerst de vormen voor "ja" en "ty" onthoudt, kun je de overige vormen later veel gemakkelijker maken.
